Zij eisen de nacht op: Deze krachtige vrouwen strijden voor een veiliger Eindhoven
Door Lola Heijdt | 7 mrt 2026
Op 8 maart is het Internationale Vrouwendag. Dit jaar staat het jaarthema #NietMijnRecht centraal: een krachtige oproep tegen de uitholling van vrouwenrechten. Een strijd voor autonomie, baas zijn over eigen lijf, gelijke kansen, veiligheid en ook de nacht.
Van Dolle mina’s die op de fiets de stad opeisen, tot de Nachtambassade die een safe space creëert, en de Soroptimistclub die iedereen bij de les houdt: dit zijn initiatiefnemers die niet wachten tot iemand anders het oplost. Ze maken Eindhoven niet alleen mooier, maar ook veiliger. Hun daadkracht is hard nodig: de werkelijkheid laat zien dat er nog veel te doen is.
Driehonderd vrouwen fietsen het Stratumseind op. Voorop rijdt de burgemeester van Eindhoven. De tocht is georganiseerd door Dolle Mina Eindhoven, in het kader van Wij Eisen De Nacht Op, na de moord op Lisa vorig jaar. Op het drukste uitgaanspunt van de stad slaat de sfeer om. Er wordt gescholden: ‘boze kutwijven!’ Er ontstaat geduw en getrek. De burgemeester keert om. ‘We reden de straat in en het was meteen foute boel.’ Oprichter van Dolle Mina Eindhoven Maria Da Silva staat op een meterkast om overzicht te krijgen. ‘Ik ben niet snel in paniek, maar ik zag de angst in de ogen van de mensen. Het feit dat wij daar waren, wekte ontzettend veel agressie op.’
De politie is aanwezig met vijf agenten op driehonderd deelnemers, maar zijn binnen een paar minuten al druk bezig met andere incidenten. Het plan om Stratum ‘schoon te vegen’ voor de fietsers, blijkt onhaalbaar. Dolle Mina Odet Rosenkrantz: ‘Er is te makkelijk over gedacht, we hebben het echt onderschat. Wij hadden van tevoren heel goed contact met de politie, boa’s, sfeerbeheerders en security. Iedereen was betrokken en alles was goed geregeld. De politie had alleen niet de capaciteit om ons te hulp te schieten.’ ‘We zijn wel echt aan ons lot overgelaten daar’ zegt Maria. Odet nuanceert: ‘Dit moment is natuurlijk geen representatie van het normale uitgaansleven, maar het laat wel zien waarom we er reden.’

Het punt van bang zijn op straat, zijn deze Dolle Mina’s allang voorbij. Maria: ‘Ik loop ’s avonds door het Philips de Jonghpark met mijn koptelefoon op. Ik weet dat veel vrouwen dat niet doen. En voor die groep wil ik strijden. Ik leef zo, omdat ik veel ellende heb meegemaakt en I don’t give a fuck anymore. Ik laat me niet meer weerhouden, en dat geeft ook kracht.
Voor Odet geldt hetzelfde. ‘Het is best deprimerend als ik Maria zo hoor, maar ook ik heb veel meegemaakt, tot aan de laatste rode vlag van femicide aan toe. Iedere keer als ik een vrouw hoor praten over wat hen is overkomen denk ik: godverdomme, het is wéér gebeurd. Daar komt mijn strijdlust vandaan. Als ik nu jonge meisjes zie spelen op straat denk ik: ‘wat mij is overkomen, mag hen niet gebeuren’.
Vroeger noemden Odets ouders haar al Dolle Mina als ze iets radicaals deed. Odet: ‘Ik wist toen niet wat dat was, totdat ik het opzocht en dacht: ja, dit is het! Wat me er zo in aanspreekt, is dat we allemaal vrouwen zijn die zich ergens voor willen inzetten. We voelen het ongemak van vrouwen die zich niet veilig voelen en willen er iets aan doen, maar we weten ook niet altijd hoe.’ Van buiten lijkt het misschien een strak georganiseerde actiegroep. ‘Maar we zijn gewoon een groep vrouwen – en ook mannen - die iets voelen en dat van de daken willen schreeuwen’, zegt Odet. ‘We doen dit allemaal naast fulltimebanen en het opvoeden van kinderen.’

‘Hier schrik ik van’
De fietstocht van de Dolle Mina’s stond niet op zichzelf. De discussie over veiligheid in het uitgaansgebied speelde al langer in Eindhoven. De gemeente wilde beter in kaart brengen waar het gevoel van onveiligheid precies zat en wat eraan te doen was. Via Sharing The Vibes, een gemeentelijk initiatief dat zich richt op veilig en prettig uitgaan, werd onderzoek gedaan naar de veiligheidsbeleving in de stad. ‘Rondom het centrum, en met name het Stratumseind, kon je de kaart niet meer zien’, vertelt Anouk van den Boogaard, coördinator van Stichting Nachtcollectief. ‘Zó vaak werd die plek als onveilig gemarkeerd.’ Een horecaondernemer reageerde verbaasd: ‘Hier schrik ik van.’ ‘Nou’, zegt Anouk, ‘daar schrokken wij dan weer van. De groep die meestal het slachtoffer is, weet dit natuurlijk al lang.’
Dat een gevoel van onveiligheid bij alle generaties speelt, bewijst Lydia Bongenaar van Soroptimistclub Eindhoven: ‘Ik moet vanavond met mijn laptop op de fiets richting het Catherina Ziekenhuis. De heenweg vind ik niet erg, maar de terugweg vind ik best een dingetje. Ik bel dan iemand op als ik vertrek, zodat iemand daarvan op de hoogte is. Jose Vermeij, ook lid van de Soroptimistclub, vult aan: ‘Dat doe ik ook als ik vanaf het station naar huis loop, dan ben je kwetsbaarder dan als je op de fiets zit.’
Mensen rijden ervoor om
Soroptimistclub Eindhoven komt op voor alles wat met de vrouwenzaak te maken heeft en bestaat al sinds 1952. Ook zij deden onderzoek samen met de gemeente naar de veiligheid in de stad en hielpen bij het uitrollen en promoten van de straatintimidatieapp. ‘We hebben een aantal keren buiten gestaan om zo veel mogelijk mensen mee te krijgen in die app’, zegt Jose. ‘Plekken waar vrouwen én mannen zich onveilig voelen, wilden we zichtbaar maken.’ Lydia: ‘Sommige plekken worden echt als veel enger ervaren. Zo zijn de tunnels bij het station een barrière hier in Eindhoven. Mensen rijden ervoor om.’

Sinds november vorig jaar is er in ieder geval op één plek in de stad iets veranderd: het Stratumseind. Met de komst van De Nachtambassade: Social designer Imke Sloos werd door de gemeente en Stichting Nachtcollectief gevraagd om onderzoek te doen naar een veilige plek op het Stratumseind. Imke: ‘Naast het doen van deskresearch en afkijken bij andere projecten, heb ik ook heel veel tijd besteed aan bier drinken op het Stratumseind.’ Ze lacht: ‘Maar ik meen het wel! Het was nodig om mezelf daar te laten zien en om vragen te stellen aan uitbaters en barpersoneel. Hoe kan het beter? Ik kwam erachter dat problemen gauw van binnen naar buiten worden geduwd.’
Uiteindelijk leidde het onderzoek tot een duidelijk en unaniem antwoord: er moest een plek komen waar mensen zich even konden terugtrekken uit de drukte van het uitgaansleven. Zo ontstond De Nachtambassade: een safe space op het Stratumseind voor iedereen die zich tijdens het uitgaan even wil herstellen of op adem wil komen. Imke omschrijft het zo: ‘Wij zijn de nuchtere vriend die met je meedenkt. Vooral jonge mensen, en net zo veel jongens als meiden, komen bij ons binnenlopen.’
‘En dat kan voor van alles zijn’, vertelt Anouk, die naast haar rol als coördinator van Stichting Nachtcollectief wekelijks in De Nachtambassade werkt. ‘Van bloedneuzen tot relatieperikelen en van discriminatie tot iemand die de partybus naar Gorinchem heeft gemist. Vaak denkt degene die binnenkomt dat het een heftige gênante situatie is, maar het gebeurt constant.’ ‘Je hebt gewoon te veel gedronken’ zegt ze nuchter. Het gaat vooral vaak over gehoord worden. ‘Mensen willen even hun verhaal kwijt. Bij uitgaansplekken die kleiner zijn, wordt dat op zichzelf geregeld, maar op het Stratumseind niet. Op straat is het een soort niemandsland’

Enge man in de bosjes
Ondertussen werken de Soroptimisten aan vrouwenveiligheid op stadsniveau. ‘We kunnen wel iedere keer problemen aankaarten, maar we moeten ook met oplossingen komen’, zegt Lydia. Afgelopen najaar tijdens Dutch Design Week organiseerden de vrouwen een lezing over vrouwenveiligheid in de stad. Lydia: ‘Er wordt veel gebouwd in Eindhoven. Maar hoe bouw je een stad waarin vrouwen zich veilig voelen? We hebben een stedenbouwkundig ontwerper en een lichtontwerper - beiden vrouw - uitgenodigd om een lezing te geven.’ Daar kwamen concrete resultaten uit. ‘Goede verlichting is niet alleen fel licht’, zegt Lydia. ‘Je moet je omgeving kunnen scannen, maar niet verblind worden. Want dan zie je niet meer of er een enge man in de bosjes zit.'
Tot hun grote vreugde zat Rosa van den Nieuwenhof, Raadslid van PvdA Eindhoven, ook in de zaal tijdens de lezing. Zij nodigde de sprekers uit om in de gemeenteraad te komen praten. ‘Dat is wat ons betreft een geweldige spin-off’, zegt Lydia. Jose: ‘We zijn daarna ook uitgenodigd door twee wethouders. Ze wilden weten wat wij voor concrete ideeën hebben voor een veilige stad, maar wij hebben ook niet dé oplossing. We hebben wel een visie, en dan vooral een visie vanuit de vrouw. Lydia: ‘Ja, hou bijvoorbeeld eens op met die tunneltjes want dat is altijd enge boel. En zorg dat de begane grond bewoond is, zodat er sociale controle ontstaat.’
Een van de dingen die de landelijke Soroptimistclub voor elkaar heeft gekregen, is dat er nu een bijzonder hoogleraar vrouwvriendelijk ontwerpen wordt aangesteld op TU Delft. ‘We moeten zoeken naar oplossingen’, zegt Lydia. ‘En nu wordt er een serieus vak van gemaakt. We hopen dat ze er deze herfst is, wat we zouden haar graag willen laten spreken op de aftrap van Orange The World, die dit jaar waarschijnlijk in Eindhoven gaat plaatsvinden.’ Orange The World is een internationale campagne tegen geweld tegen vrouwen waar de Soroptimistclub samen met Zonta al jaren voor in actie komt. Lydia: ‘We hebben overal krijthandjes gespoten op straat, voorbijgangers aangesproken, lespakketten voor middelbare scholen geregeld en meegewerkt aan billboards op de Nieuwstraat. Allemaal in het kader van bewustwording van geweld tegen vrouwen’.
In Eindhoven komt bovendien een femicideteam. Iets waar de gemeente al jaren mee bezig was, maar wat wellicht een duwtje in de goede richting heeft gekregen door clubs als Soroptimisten en de Dolle Mina’s. Odet: ‘Vanaf het moment dat wij aandacht kregen, zijn we uitgenodigd door mensen die op belangrijke plekken zitten en die echt wat kunnen betekenen. Ik zie ons in de toekomst ook wel samenwerken met groepen als Soroptimistclub, omdat zij vaardigheden hebben die ons erg kunnen helpen, en misschien andersom ook.’

Zo standaard als de Albert Heijn op de hoek
De Nachtambassade komt nog maar net de pilotperiode uitgerold, maar is positief onthaald. Hoelang ze mogen blijven, hangt mede af van de gemeenteraadsverkiezingen. Imke: ‘Er moeten middelen komen om ons te laten voortbestaan.’ Wat is de droom? Anouk: ‘In iedere stad een Nachtambassade.’ Imke valt bij: ‘zo standaard als de Albert Heijn op de hoek. Stel je voor dat je kind op stap gaat en je kunt zeggen: daar is de Nachtambassade voor als er iets is.'
Daarnaast wil Imke meer werken aan bewustwording en campagnevoering. ‘Het mag ook gaan over dat uitgaan leuk en spannend is. En dat je een oogje in het zeil kunt houden voor elkaar. Er wordt nu vooral gedacht vanuit veiligheid, maar welzijn wordt al snel overgeslagen.’ Anouk: ‘We zouden moeten samenwerken met onderwijsinstellingen. Er is helaas geen enkele vrouw van boven de dertig in mijn omgeving die niet iets vervelends heeft meegemaakt. Als je eerder het gesprek voert over grenzen en gedrag, worden misschien minder mensen daders.’
‘Later word ik wc-juffrouw’
Anouk lacht: ‘Als ik later groot ben, wil ik heel graag wc-juffrouw worden.’ Vroeger had ze vaak last van paniekaanvallen. ‘Ik wist dan niet waar ik heen moest, maar dan stond er vaak zo’n lieve vrouw bij de wc’s: 'meidje, kom maar bij mij.' Dat is misschien wel de belangrijkste persoon als het gaat om ervaren veiligheid omdat je weet dat zij er altijd is. Als je te maken krijgt met bijvoorbeeld seksuele intimidatie, krijg je vaak ook te maken met schaamte. Sommigen geven zichzelf de schuld. Dan ga je niet meteen naar de beveiliging.’

Ook voor Dolle Mina’s ligt de oplossing in gesprek. Odet: ‘Ik hoop dat we op een fatsoenlijke manier met elkaar kunnen praten over dit onderwerp. Ik merk dat het landschap heel verhard is. Er is veel weerstand. Wij willen begrijpen waarom mensen denken zoals ze denken. Haar utopie: ‘dat iedere vrouw veilig over straat kan, maar we moeten ergens beginnen.’ Maria: ‘Echte verandering begint bij leiderschap. Als er meer hogere posities worden bekleed voor vrouwen, verandert er iets structureels. Er gaan meer vrouwen aan de macht komen.’ En anders? ‘Dan blijven wij nog heel lang doorschreeuwen.’








